Als ik de toren zie tussen ’t jonge groen,
dan voel ik mij weer thuis, dan voel ik mij weer thuis.
Daar op dat plekje grond bij die oude Vliet,
daar staat mijn eigen huis, daar staat mijn eigen huis.
De plek waar ik ter wereld kwam, waar ik ben opgegroeid.
Daar is het waar ik mij echt veilig voel.
’t Is Rijnsburg dat mij boeit.
’t Is Rijnsburg dat mij boeit.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik zoveel mensen ken.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik deel van ben.

Ik zie de bloemenwagens zij zwermen uit,
en gaan Europa in, en gaan Europa in.
Zij nemen al onze zorgen en wensen mee,
gezond weer terug naar huis, en dan graag het gewin.
Daar waar de handel welig tiert, waar ik ben opgegroeid.
Daar is het waar ik mij echt veilig voel.
’t Is Rijnsburg dat mij boeit.
’t Is Rijnsburg dat mij boeit.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik zoveel mensen ken.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik deel van ben.

Tussen het Moleneind en de Langevaart,
daar ligt geschiedenis, daar ligt geschiedenis.
Dat van een volk dat altijd hard heeft gewerkt,
waar tijd geen factor is, waar tijd geen factor is.
De plaats waar ik ter wereld kwam, waar ik ben opgegroeid.
Daar is het waar ik mij echt veilig voel.
’t is Rijnsburg dat mij boeit, ’t is Rijnsburg dat mij boeit.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik zoveel mensen ken.
Rijnsburg, Rijnsburg, waar ik deel van ben.